Boekbespreking: Kardinale deugden van Rik Torfs

Misschien moeten we van de nood een deugd maken. Het is een beetje jammer om een recensie te beginnen met zo’n cliché, maar soms is de werkelijkheid gewoon sterker dan het ideaal. Je kunt van alles vinden over stijl of creativiteit – de uitdrukking is nu eenmaal een prima samenvatting van Kardinale deugden door Rik Torfs.

 

De rode draad in dat werkje is dat het moderne geloof in wetenschap en moraliteit soms totalitaire trekken dreigt te krijgen. Terwijl onderzoekers nooit de hele wereld in kaart brengen (maar altijd slechts een stukje daarvan) en filosofen nooit de hele ethiek vastleggen (maar altijd uitzonderingen moeten toestaan), wordt het steeds moeilijker om dat hardop te zeggen.

 

Daar zit misschien wel wat in. Wie de kleinste bedenking maakt bij een willekeurig klimaatrapport, kan immers worden weggezet als wetenschapsontkenner. Wie zijn vinger opsteekt met een vraag over het asielbeleid, kan als racist naar de gang worden gestuurd. En hoewel slechts 1641 Nederlanders de naam Adolf dragen, lijken steeds meer mensen met Hitler vergeleken te worden.

 

In een aantal kleine essays onderzoekt Torfs deze thematiek. Soms nadrukkelijk, dan weer zijdelings. Kan wetenschap ons helpen om het geluk te vinden? Is er ruimte voor regionalisme in tijden van globalisering? Hoe verhoudt religie zich tot ideologieën als het communisme? En is er bij moderne interieurs nog wel plek voor individuele wansmaak?

 

Torfs is het amusantst als hij tobt en twijfelt. Wanneer hij stelliger wordt, wordt hij helaas ook minder overtuigend. Hij beweert bijvoorbeeld dat we anderen pas gelukkig kunnen maken als we zelf gelukkig zijn, maar vergeet dat te onderbouwen. Anderzijds: een boek dat kritisch is over de rede, moet zélf misschien ook niet altijd rationeel zijn.

 

Het centrale punt van Torfs? Een maakbare wereld vereist maakbare mensen, en maakbare mensen bestaan niet. Wetenschap en filosofie kunnen ons veel brengen – maar wanneer ze leiden tot harde en universele uitspraken, wordt vaak vergeten dat individuen altijd onvolmaakt en ambivalent en onvoorspelbaar blijven.

 

Mooie gedachte, vind ik. In mijn eigen werkje Hypocrisie beweer ik immers iets soortgelijks. Het boek (overigens écht een aanrader voor de feestdagen) probeert aan te tonen dat zelfverklaarde wereldverbeteraars de huichelarij en oneerlijkheid van de mens niet moeten negeren of ontvluchten, maar juist moeten omarmen en cultiveren.

 

Een goed voorbeeld daarvan is te vinden in het debat rond vlees eten. Dierenactivisten kunnen pleiten voor een veganistische wereldrevolutie, maar ook voor een vleesloos dagje in de bedrijfskantine. Alleen de eerste invalshoek is echt consequent en echt helder, maar alleen de tweede aanpak heeft daadwerkelijk een kans op succes.

 

Soms is de werkelijkheid gewoon sterker dan het ideaal. Dat geldt voor journalisten die een openingszin voor een boekbespreking zoeken én voor dagdromers die de wereld willen verbeteren. Het heeft geen zin om de realiteit te ontkennen, maar het is beter die te omhelzen. Misschien moeten we van de nood een deugd maken.

Rik Peters